Normal_amsterdam__dam__toerisme__hotdogkraam__nieuwe_kerk

Vorige week werd duidelijk dat er steeds meer verdiend wordt aan het toerisme in Nederland, zo becijferde het CBS. Dat de aanwezigheid van toeristen niet overal tot een hallelujastemming leidt is inmiddels bekend, maar waar op plekken als Amsterdam en de Kinderdijk er alles aan wordt gedaan het aantal bezoekers te temperen, wordt in het grootste gedeelte van Nederland juist volop ingezet op het binnenhalen van (buitenlandse) bezoekers. Veelal onder het mom dat dit een bijdrage levert aan de spreiding van toeristen, maar dit lijkt er alle schijn van te hebben een drogreden te zijn. Dit meldt de NOS. 

Gisteren kreeg het onderwerp toerisme nog koninklijke aandacht in Amsterdam. Tijdens een bliksembezoek aan de hoofdstad hield prins Harry nog een pleidooi voor duurzaam toerisme, en presenteerde hij het nieuwe platform Travalyst, dat de ambitie heeft “to change the impact of travel, for good.” Steden als Amsterdam, Venetië en Barcelona worden overspoeld door toeristen, zo stelde de prins vast, en dat wordt komende jaren niet minder.
 

Minder promotie in het buitenland

 
Ook Nederland als geheel ziet het aantal toeristen dat ons land bezoekt in hoog tempo toenemen. In 2018 kwamen 19 miljoen bezoekers naar ons land, in 2030 zullen dat er 29 miljoen zijn. Dat vooruitzicht bracht het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) er in mei al toe een rem te zetten op de promotie van Nederland in het buitenland, en zich meer toe te gaan leggen op het reguleren van toeristenstromen. Het toverwoord daarbij blijft spreiding.
 

Toerisme is status

 
Net als eerder in een interview met de Nationale Recreatiegids zegt toerismedeskundige Stephen Hodes ook tegen de NOS nu weer: het spreiden van toerisme is een schijnoplossing. Wat vaak vergeten wordt is dat mensen reizen voor status, zo zei hij in het interview al: “Als jij een Amerikaan bent, dan kun je niet thuiskomen met het verhaal: 'Wauw, wij hebben toch zo'n fantastische vakantie in Breda gehad'; daar is niemand van onder de indruk.” Ook tegenover de NOS benadrukt hij dit nog eens: “Spreiding gaat nooit lukken. Maar een heel klein groepje mondiale toeristen wijkt af van de gebaande paden. Het gros van de bezoekers dat naar Amsterdam komt, blijft minder dan twee dagen in Nederland.”
 

Toerismetaart

 
Toch blijft de NBTC inzetten op spreiding, met het idee daarmee plaatsen als Amsterdam, de Zaanse Schans, Giethoorn, Kinderdijk en sinds kort ook Haarlem te ontlasten. Gesteund door de visie van de NBTC, en gestimuleerd door de wens óók een deel  van de toerismetaart te willen bemachtigen, blijft het gros van de regio’s en steden in Nederland hard zijn best doen om op de radar van de toerist te verschijnen. Zo werd er in maart zelfs een Drentse ambassade voor toerisme geopend in China, presenteren de Hanzesteden zich in het buitenland collectief als aantrekkelijke bestemming en lokt Schokland succesvol mensen naar het werelderfgoed in de Noordoostpolder met evenementen en een verbouwd museum. 
 

Gerommel in de marge

 
Het zijn allemaal initiatieven die lokaal het verschil kunnen maken, stelt ook Hodes, maar het blijft, landelijk gezien, gerommel in de marge: “In Zwolle of Kampen kan het de economie helpen, maar het zal nooit de problemen in Amsterdam oplossen.” Wat wel helpt? Ook Hodes heeft daar niet zomaar het antwoord op. In het interview met de Nationale Recreatiegids vertelde hij dat hij twee jaar geleden al eens dat hij twee journalisten de opdracht had gegeven op zoek te gaan naar inspirerende voorbeelden waar de aanpak van overtoerisme had gewerkt: “Zij constateerden na twee maanden: die zijn er niet.”
 
Door: Nationale Horecagids